Rare beroepen, verdwenen beroepen: je komt er wel wat tegen wanneer je al tienduizenden aktes doorsnuffelde. Maar dat in de huwelijksakte (Boom, 1911) van Camiel Van Rompaey is voor mij een primeur. Zijn kersverse echtgenote is sloffenbreidster van beroep. Wat overigens past bij haar familienaam: Holvoet. 😉

De ambtenaar noteert als beroep ‘sloffenbreidster’ voor bruid Ernestin Holvoet, die tekent
Huwelijksakte Boom, 1911/89:
Jan Camiel Van Rompaey, verver uit Brussel, trouwt op 2 september 1911 met Paulina Ernestina Holvoet, stoffenbreidster

Boomse pantoffelfabrieken

Ik denk nog even aan een vergissing (stoffenbreidster)?, maar kom ‘sloffenbreidster’ in die periode vaker tegen voor andere Boomse bruiden, zoals Maria Elisabeth De Maeyer (x1908), Catharina Julia Huysmans (x1910) en Irma Maria Claes (x1911).

Oké, googelen maar! Met ‘pantoffelfabriek Boom’ beland ik bij eeuwelinge Fieneke. Die werkte in het interbellum ’s zomers in de steenbakkerijen en ’s winters in de Boomse pantoffelfabriek Van Dooren.

De Zelfende Sloefenmaaksters

Het ‘Streekverhaal Rupelstreek’ door Bailleul geeft me de achtergrondinfo die ik zoek:
“In het centrum van Terhagen, op de plaats waar vroeger een pantoffelfabriek stond, werd in 2012 het standbeeld ‘De Zelfende Sloefenmaaksters’ onthuld. Dit bronzen beeld van kunstenares Francien Maas is een eerbetoon aan de vele vrouwen die werkten in de pantoffelfabrieken, de steenbakkerijen en de landbouw. Sloefen waren een primitief schoeisel uit repen stof dat vooral in de koude wintermaanden in klompen of laarzen gedragen werd. De pantoffelnijverheid in Terhagen kende vooral kort na de Eerste Wereldoorlog een grote bloei. Als er in de wintermaanden geen stenen gemaakt moesten worden, produceerden de vrouwen sloefen.”

De Zelfende Sloefenmaaksters: standbeeld in Terhagen (Rupelstreek) (Copyright GVA)

Sloefen maken was een bijverdienste om het hoofd boven water te houden. De repen stof kwamen oorspronkelijk van de lange oorlogsjassen die de Duitse soldaten hadden achtergelaten. In de Rupelstreek waren zowat tachtig pantoffelfabriekjes actief. En waarom ‘zelfende’ sloefenmaaksters? ‘Zelfen’ was vaktaal voor ‘ontrafelen’.

Wekt het overigens verbazing dat de (synthetische) nazaten van die klompsloffen nog altijd geproduceerd worden in … Nederland?

Kijk, zo kom je nog eens iets te weten. Bijvoorbeeld ook over de populaire opvolgers van de primitieve sloefen: de iconische pantoffels van het Nielse merk Eskimo. Die blies zaakvoerder van In ’t Pantoffeltje nieuw leven in.

En zo is nieuw en oud alweer verbonden door … sloffenbreidster Ernestine.

error

Toffe blog? Deelt u hem dan a.u.b.?