Veertienjarige bevalt in Rillaar

Op 24 mei 1880 trekt Fik Brams met lood in zijn schoenen naar het Rillaarse gemeentehuis. We kennen de man nog vanuit een vorige blog, waarin hij trouwt met vondelinge Maria Van Rompaiy.
Zijn taak? De geboorte aangeven van Victor Achilus, de onwettige zoon van zijn stiefdochter Maria Theresia Emerantia Verelst. Tot overmaat van ramp is die maar … veertien jaar oud.

Extract uit de geboorteakte hieronder
Veertienjarige Maria Theresia Emerantia Verelst bevalt in 1880 van Victor Achilus Verelst.
In de kantlijn de wettiging van het kind door haar trouw in 1884 met Fons Borremans, waardoor het kind de familienaam ‘Borremans’ krijgt

Vierentwintigjarige vader

Vermoedelijke ‘dader/vader’ is Fons Borremans, tien jaar ouder. Hij is de kleinzoon van Maria Theresia Van Rompay en het neefje van Jacobus Van Houtvin. Die laatste kwamen we ook al elders tegen: als pleegvader van de Antwerpse vondelinge Maria Van Rompaiy.

Van trouwen kan nog geen sprake zijn, dus blijft de piepjonge moeder met haar zoontje bij haar moeder en stiefvader Fik Brams inwonen. Haar mama overlijdt helaas nog geen jaar later, in 1881.

Verwantschap tussen de verschillende namen die dit blogartikel vermeldt.
Victorius (Fik) Brams hertrouwde (na de dood van Maria Theresia Broos) met Maria Van Rompaiy.
Samen brachten zij beide broertjes Borremans (Victor Achilus & Michael Ludovicus Alphonsus) groot, de kinderen van Fiks stiefdochter.

En met wie hertrouwt stiefvader Fik in april 1884 ? Met … Maria Van Rompaiy!
Fik trekt bij haar en haar pleegvader in, die winkel houden. (Maria’s stiefmoeder is al in 1878 overleden.)

Bevolkingsregister Rillaar 1867-1890: Van Houtvin – Mertens (doorstreept want overleden in die periode), pleegdochter Maria Van Rompaiy en haar echtgenoot Fik Brams (weduwnaar van Maria Theresia Broos)

De timing van Fiks en Maria’s trouw is perfect georkestreerd, want een week later trouwt ook Fiks stiefdochter/jonge moeder met haar Fons, die zijn kind erkent. Die naamsverandering van Verelst naar Borremans wordt ook genoteerd in de kantlijn van de geboorteakte uit 1880 (zie eerste afbeelding in dit blogartikel). Het koppel gaat wonen in Dorp huis 56 (Rillaar).

Bevolkingsregister Rillaar 1867-1890: het jonge koppel Borremans – Verelst met hun twee kinderen woont in Rillaar, Dorp 56

Amper vijf maanden na hun trouw ziet hun tweede kind al het levenslicht: Michael Ludovicus Alphonsus Borremans. En dat wordt meteen het laatste, want Fons sterft al een jaar later, in 1885.

Hoe het zijn jonge vrouw vergaat, is nog onduidelijk. Feit is dat ze als dagloonster in 1892 in de Leuvense Brusselsestraat 81 overlijdt. Het meisje dat al op haar veertiende beviel, wordt dus maar 26 jaar oud.

Marie-Thérèse Emérence Verelst, moeder op haar veertiende, overlijdt op haar zesentwintigste als dagloonster in Leuven

Pleegkind wordt pleegmoeder

Wat er met de beide zoontjes van Fons en Marie-Thérèse Emérence gebeurt? Die komen terecht bij Maria Van Rompaij en Fik Brams, de stiefvader van hun moeder. In de kantlijn van het bevolkingsregister ontwaar je de kribbels nog: ‘3 & 4 van blad 69’. In dit huis worden dus die personen bij ingeschreven die zich op lijn 3 en 4 van het bevolkingsregister pagina 69 bevonden. En dat zijn beide onfortuinlijke broertjes Borremans.

Opvallend, toch? Vondelinge en pleegkind Maria wordt zo zelf op middelbare leeftijd nog pleegmoeder!

Lijn 3 & 4 komen bij Victor Brams en Maria Van Rompaiy terecht

In 1887 sterft Jacobus Van Houtvin (Maria Van Rompaiys pleegvader), in wiens huis ze wonen. Het bevolkingsregister van 1890-1900 vermeldt voor het (pleeg)ouderlijk huis als bewoners alleen nog het winkelierskoppel en hun twee pleegkinderen – de rest is iedereen intussen overleden:

Bevolkingsregister Rillaar 1890-1900: koppel Brams – Van Rompaiy met hun twee pleegkinderen: de kinderen van zijn stiefdochter

Het bevolkingsregister van het volgende decennium (1900-1910) staat hiermee in schril contrast:

Van waar die plotse overbevolking? Daarvoor zorgen de broers Borremans, beiden landbouwkundigen.

Fiks eerste pleegkind/stiefkleinzoon Victor Achilus (Achile) Borremans – wiens moeder op haar veertiende beviel – trouwt in 1905 met ene Bollens, die prompt bij intrekt. Samen vullen ze de kamers van het winkelhuis met drie kinderen, waarvan het tweede maar anderhalf jaar wordt.

Fiks andere pleegkind/stiefkleinzoon Michael Ludovicus Alphonsus Borremans trouwt in de zomer van 1912 met Maria Adilia Valvekens. Voor hen vermeldt het Rillaarse geboorteregister maar één kind, geboren in 1915: Elisa Borremans, gehuwd met Albert Vermeyen.

De handtekening van Achile Borremans in 1915, als getuige op de geboorteakte van de dochter van zijn broer. (De handtekening ernaast is die van de koster, Petrus Ludovicus Vos)

Fik overlijdt in 1910, zijn vrouw Maria Van Rompaiy pas in 1923.

Antwerpse vondelinge mét naam

Op 6 november 1838 dient huisbezorger Alexander Cornelius Vanschingen zich aan op het Antwerpse stadhuis.
Hij laat er een pasgeboren meisje bij de burgerlijke stand inschrijven. Toch is het niet zijn dochter, wel een vondelinge.

Geboorteakte (‘vindingsakte’) van vondelinge Maria Van Rompaiy op 6 november 1838 in Antwerpen

Schuyf van vindelingen huys

Op 5 november om negen uur ’s avonds treft de huisbezorger de pasgeborene aan in de Antwerpse vondelingenschuif, samen met al haar ‘bezittingen’:

  • nieuw baalkatoenen hemd met neteldoek bezet (baalkatoen = ongebleekt katoen met grove structuur, neteldoek = los geweven doek van katoen of netels)
  • baalkatoenen begijn met kantje
  • witte ‘diemitte’ koof (= muts)
  • nieuw geel katoenen japonnetje
  • stuk baalkatoenen vrouwenhemd
  • stuk zwarte madrassen halsdoek (madras = katoensoort)
Proces-verbaal van het weesregister voor Maria Van Rompaiy op 5 november 1838

Maria Van Rompaiy

Het procesverbaalboek van het weesregister gaat na die beschrijving verder met: ‘daerbij een briefke met de volgende letteren:

gelieft het kind den naem te geeven van Maria van Rompaiy, gelieft er voor te zorgen, het zal weder gehaeld worden zoo haest het mogelijk is’.

Ook al gebeurt dat laatste nooit, Maria heeft tenminste het geluk om niet door het leven te moeten met een familienaam die door een ambtenaar bedacht is. Want wie dat jaar voor en na haar in de schuif terechtkomt, wordt opgezadeld met een kunstmatige familienaam, die alfabetisch wordt verzonnen: Nattat, Oldar, Pagalla, Rosgor, Soar, Tarroda, Urrar, Valloga, Werkora, Ysa, Zirka, Adda, Barrar, Cila, Ettor, Filka, Gagolu, Hanaga, Isnar, Kanora, Lagora, Manona, enz.

De verschrijving (‘rompaiy’ in plaats ‘rompay’) zorgt er wel voor dat Maria als enige ter wereld die familienaam heeft. En niet een van de zowat vijftig andere schrijfwijzen van de Van Romp…-stam.

Uitbesteed in Rillaar

Ik vind Maria per ongeluk terug in Rillaar, nu een deelgemeente van Aarschot. Daar trouwt ze in 1884 met weduwnaar Victor Brams. Wat een verschil in de (kopie van de) huwelijksakte tussen de uitgebreide beschrijving van zijn ouders én grootouders, en die van Maria: ‘meerderjarige dochter van onbekende ouders’. Beide echtelieden zijn winkelier.

Huwelijksakte in 1884 in Rillaar van Victorius Brams en Maria Van Rompaiy

Hoe Maria in Rillaar terechtgekomen is? De zoektocht in de index op de bevolkingsregisters van Rillaar leert het me. En is bovendien een makkie, want er woont maar één Van Romp…

De index op de bevolkingsregisters van Rillaar verwijst me naar het bevolkingsregisterboek 1 bladzijde 43.

Het bevolkingsregister zelf toont dat Maria als zevenjarige bij het koppel Jacobus Van Houtvin en Sophia Mertens wordt ingeschreven – waarschijnlijk uitbesteed door de stad Antwerpen. De Begijnendijkse Jacobus en de Rillaarse Sophia houden winkel in het Brabantse dorp. Het koppel blijft kinderloos, op een dochtertje ‘Angélique’ na – drie maanden na hun trouw geboren, dat maar 22 uren leeft …

Bladzijde 43 van boek 1 van het bevolkingsregister vermeldt wie er in het huis 40 van de wijk ‘Dorp’ woonden: het koppel Van Houtvin – Mertens en de zevenjarige Maria Van Rompay.

December, de tiénde maand

In het daaropvolgende bevolkingsregisterboek ‘zie’ je Maria’s pleegouders overlijden: zij in december 1878, hij in maart 1887.

Maria’s pleegouders overlijden in 1878 en 1887

Bent u oplettend en ziet u in de akte staan: 7 X 1878? En denkt u: X = tien, en de tiende maand is oktober, niet december?
Let dan op de superscript ‘b’ tussen X en 1878 (vaak ook ‘ber’ of ‘bris’). ‘Tien’ is ‘decem’ in het Latijn, en samen met ber, krijg je … december.
Ja, maar … december is toch de twáálfde maand en niet de tiende, oppert u dan. Klopt, maar dat is pas zo sinds 153 voor Christus. Tot die tijd begon het Romeinse kalenderjaar op … 1 maart.
Kortom, ziet u in een akte ’10bris’ staan? Maak dan de optelsom: 10 + 2 = 12. December, dus. Hetzelfde geldt voor 9bris = 9 +2 = 11 = november.

Toevallig heet Jacobus’ moeder ook Maria (Theresia) Van Rompaij, uit Begijnendijk. Zij is de zus van Adriaan Van Rompaij en dát is de overgrootvader van mijn overgrootvader.

Handtekening in 1808 van Adriaen Van Rompaij (1765-1824): oom van Maria’s pleegvader Jacobus Van Houtvin én … overgrootvader van mijn overgrootvader

Rillaarse winkelierster

Maria neemt de winkel van haar pleegouders over.

Haar man Fik Brams overlijdt in 1910, zij pas dertien jaar later – op haar 84ste! Niet slecht voor wie ooit in november lag te rillen in een vondelingenschuif …

Antwerpse vondelinge Maria Van Rompaiy overlijdt op haar 84ste in Rillaar

Kous af? Nee!

Is met haar overlijden alles verteld?

Absoluut niet, want pleegkind Maria is intussen zelf pleegmoeder geworden >>>

Met de billen bloot in 1892

Met de billen bloot in 1892

Eindelijk! dacht ik daarnet toen ik de echtscheidingspapieren onder ogen kreeg. Niet de mijne, maar die van Gustaaf Vermaelen.
Niet dat ik die man iets kwaads toewens. Nee, ik ben gewoonweg blij dat ik, na jaren van archieven doorpluizen, eindelijk eens op een negentiende-eeuwse echtscheiding bots. Want die zijn zeldzaam – en al zeker op vraag van de vrouw. In Antwerpen worden in 1892 zowat 1900 huwelijk vertrokken, maar slechts 27 echtscheidingen.

Hertrouw in 1894, kind uit 1887

Wat me naar de scheiding leidde? De huwelijksakte in 1894 van Ferdinand Gustaaf en Theresia Van Rompaey. Zij is een (letterlijk) viswijf, 27 en geboren in Antwerpen waar zij op de Veemarkt 12 woont. Hij is 32, afkomstig van Aarschot, maar koetsier in Antwerpen, waar hij in de Kleine Kraaiwijk 5 woont.

In de trouwakte lees ik dat hij gescheiden is van Maria Josepha Portauwe. Maar ook dat hij bij de trouw met Theresia een kind erkent dat in de zomer van … 1887 geboren is. Ook al is dat mogelijk niet zíjn zoon, toch trek ik mijn wenkbrauwen op, want de geboorte valt nauwelijks enkele maanden na zijn éérste huwelijk.

Antwerpen, 5 mei 1887: (dan nog) vleeschhouwer Ferdinandus Gustavus Vermaelen trouwt met dienstmeid Maria Josepha Portauwe. Enkele dagen eerder sloten ze hun huwelijksvoorwaarden bij een Wilrijkse notaris.

Onthullende huwelijksbijlage

In de huwelijksbijlagen vind ik de scheiding waarnaar de huwelijksakte verwijst: op 12 maart 1892 wordt die in het Antwerpse register ingeschreven. Dat gebeurt na de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg op 14 oktober 1891.

Trok ik daarnet de wenkbrauwen op, dan valt mijn mond nu open van verbazing, want het vonnis van de echtscheiding met zijn eerste vrouw zit in de bijlagen van zijn tweede huwelijk. En Ferdinand Gustaaf blijkt het bont gemaakt te hebben bij zijn eerste vrouw. Zo bont dat de echtscheiding wordt uitgesproken op grond van grove beledigingen. En de redenen hiervoor worden haarfijn uit de doeken gedaan in het uittreksel van het vonnis.

Lange kerfstok

Wat Theresia’s kersverse echtgenoot in zijn vorige huwelijk uithaalde? De vele getuigen bij het echtscheidingsproces doen hun relaas. (Dat wordt trouwens nog in het Frans genoteerd: we schrijven 1891 en het Nederlands wordt pas in 1898 als officiële landstaal erkend.)

Dit heeft de flierefluiter al – minstens – op zijn kerfstok:

  • Tijdens hun wittebroodsweken woont het koppel aan de Wolleverversrui (Canal des Teinturiers) – het Schipperskwartier. Op een dag stuurt hij zijn vrouw om boodschappen. Die kans grijpt hij om er vandoor te gaan – mét al hun meubelen. Drie dagen later daagt hij weer op.
  • Wat later wordt hij constant in het bijzijn van vrouwen van lichte zeden gezien, samen op weg naar het cabaret.
  • Wanneer hij rijtuigen verhuurt, ontvangt hij in de stalplaats vrouwen, en scharrelt hij met de meisjes die er werken.
  • Hij heeft een ‘schuldige relatie’ met een cabaretartieste die Fientje heet. Zij woont eerst op de rue des Allouettes (Leeuwerikstraat) en later op de rue des Fortifications (Verschansingstraat). Men ziet hem ’s morgens achter haar venster, terwijl zij in niet meer dan een hemd gehuld is. Hij valt er trouwens op om het even welk moment van de nacht binnen, slaapt en eet met haar.
    Fientje komt hem trouwens in zijn stadskwartier opzoeken wanneer hij haar drie weken veronachtzaamd. Zij slingert in die periode tijdens zijn cabaretbezoeken verwensingen naar het hoofd: dat hij er zowaar aanpapt met twee ándere vrouwen van lichte zeden!

Beklaagde is verslingerd aan Fientje, een Antwerpse cabaretartieste

Genoeg is genoeg!

Deze verzameling van uitspattingen volstaat voor de rechter. Wat ook niet echt helpt, is dat onze beschuldigde naar elke stap van de procedure zijn kat heeft gestuurd, op de zitting zonder advocaat verschijnt, en niets te melden heeft over de feiten die hem ten laste worden gelegd. De scheiding wordt uitgesproken en onze zondaar moet de gerechtskosten betalen.

Op 9 november 1891 betekent een deurwaarder aan hem het vonnis en op 16 februari 1892 laat de griffier van de rechtbank weten dat de beklaagde geen verzet heeft aangetekend. De stad stuurt dus een deurwaarder met de dagvaarding: “Bied u op 12 maart om 11 uur aan op het stadhuis om de echtscheiding te voltrekken.” Maar ook nu geeft hij verstek zodat zijn handtekening niet op de echtscheidingspapieren staat. De hare gelukkig wel:

Maria Josepha Portauwe sluit op 12 maart 1892 met haar handtekening een turbulent huwelijk af

Nieuwe start?

Hoe het de gescheiden Maria Josepha – die al op haar vijfde wees werd – daarna vergaat? Dat moet ik nog onderzoeken. Met haar ex-man had ze gelukkig geen kinderen.

Gustaaf hertrouwt twee jaar later met de vijf jaar jongere visverkoopster Theresia Van Rompaey, ook uit Antwerpen. In hun trouwakte erkent hij haar kind Leopold, geboren in 1887. Die wettiging wordt ook in de kantlijn van diens originele geboorteakte bijgeschreven:

Leopold, het onwettige kind van Theresia Van Rompaey (20) wordt op 27 augustus 1887 in Antwerpen geboren, en pas op 15 maart 1894 gewettigd door haar huwelijk met de eerder gescheiden Gustaaf Vermaelen

Zijn uitspattingen hebben Gustaaf geld gekost. Want voor zijn trouw legt hij een ‘getuigschrift van onvermogen’ voor, afgeleverd door de politiecommissaris van de eerste wijk, dat hem vrijstelt van de aktekosten.

‘Getuigschrift van onvermogen’ uit 1893 voor Gustaaf Vermaelen

Tekenen de huwelijksakte:

Getuigen van een nieuwe start in 1894?

Doffe ellende in Bonheiden

De wereld van Maarten Van Rompaey uit Bonheiden stort op 10 december 1864 in elkaar. Dan overlijdt zijn zwangere vrouw, samen met de tweeling die ze draagt.

Zonet was ik naar Van Rompaeys aan het snuffelen in de tienjarige tafels van Bonheiden. Dat zijn alfabetische tabellen van alle geboortes, huwelijken en overlijdens gedurende een periode van tien jaar. Handig om je te gidsen naar een bepaalde akte, maar ook om een overzicht te krijgen van fluctuaties van een bepaalde familienaam in een gemeente.

Zo duikt om de paar jaar in Bonheiden wel een overleden Van Rompaey op. Wanneer je dan plotseling een rijtje als dit ziet staan, voel je intuïtief aan: hier is wat aan de hand.

Bonheiden, tienjarige tafel op overlijdens 1861-1870

Ik duik in de eigenlijke aktes. En daar knallen de keiharde gebeurtenissen van 10 december 1864 me in het gezicht.

Maarten Van Rompaey & Antonetta Goyvaerts
De drie overlijdensaktes van 10 december 1864

Want nadat Antonetta Goyvaerts een jaar eerder nog de tweelingzusjes Maria Philomena en Catharina op de wereld zette, gaat het nu rampzalig mis. Op 10 december om 14 uur overlijdt ze, 43 jaar en getrouwd met Maarten Van Rompaey.

En Antonetta was blijkbaar zwanger, want een kwartier later is er ‘een kind, zonder leven, gekomen uit zijne moeders schoot’.

Eerste doodgeboren kindje

De derde overlijdensakte ziet er akelig hetzelfde uit als de tweede. Het is het tweelingbroertje …

Tweede doodgeboren kindje

Er rest Martinus niets anders dan, verslagen, de drie aktes te ondertekenen:

Handtekening van weduwnaar Maarten Van Rompaey

De Bonheidense bevolkingsregisters leren dat Maartens moeder als weduwe bij het koppel inwoonde, maar een jaar eerder overleden was.

Bevolkingsregister Bonheiden, 1868-1880

Opvallend is dat Maarten niet hertrouwt, wat gebruikelijk zou zijn voor een weduwnaar die met zes kinderen alleen achterblijft. Het gezin blijft nog tien jaar op de Diestersche Baan in Bonheiden wonen om dan buurdorp naar Sint-Katelijne-Waver te verkassen. De oudste zoon, Franciscus Henricus, is inmiddels in 1872 in Mechelen getrouwd en dochter Maria op haar achttiende vertrokken naar Gouda (Holland).

Dubbel getrouwd?

Ze trouwen twee keer op één week tijd, Jean Francois Van Rompaey en Catherine Laenen. Wel, dat beweren de tienjaarlijkse tafels op de Antwerpse huwelijksakten van 1811 toch.

Daar moet ik meer van weten! Wat gebeurde er op 12 én 19 juni in het Antwerpse stadhuis?

Tot mijn verbazing staat de huwelijksakte van hetzelfde koppel inderdaad twee keer ingeschreven in het huwelijksregister als akte 259 én akte 280. Alleen zat er de eerste keer blijkbaar een haar in de boter. Want Moretus, de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, noteert in de marge van de akte die al netjes op voorhand was opgesteld:

“Gezien het niet-verschijnen van de partijen die de trouw aangaan, en na de vereiste tijd gewacht te hebben, annuleren wij de trouwakte hiernaast .”

Jean Francois Van Rompaey en Cathérine Laenen dagen niet op voor hun trouw!
Jean Francois Van Rompaey en Cathérine Laenen dagen niet op voor hun trouw!

Een week later loopt het ei zo na weer mis, want nu ontbreekt de twee-en-tachtigjarige vader van de bruid. Je hoort Moretus al zuchten terwijl hij in de kantlijn acteert:

“De genaamde Jean Laenen, getuige in de akte hiernaast, die niet kon verschijnen wegens ziekte, wordt vervangen door Gerard Bogaert, koordenslager, …”

Eind goed, al goed, zeker?