Van Romphey, vreemde eend in de bijt

Van Romphey, vreemde eend in de bijt

Van Romphey: het is de vreemde eend in de Van Rompaey-bijt. Want maar enkele tientallen Belgen dragen die naam, tegenover duizenden Van Rompaey’s. Toch waren de voorvaders van de phey’s ooit ook paey’s. Hun wegen scheidden definitief halverwege de negentiende eeuw. Maar de kiem legde een ambtenaar al in 1803. Of misschien zelfs een pastoor in 1777.

Foute ambtenaar of laffe pastoor?

Het ging een eerste keer ‘mis’ bij ene Jacobus Augustinus, die in 1803 in Gestel trouwt. De ambtenaar van de (pas opgerichte) burgerlijke stand noteert de namen van de echtelieden als ‘jacques augustin van romphey’ en ‘jeanne marie vanden Bulck’.

jacques augustin van romphey trouwt in 1803 met jeanne marie vanden Bulck

Voorheen is er nergens ook maar één ‘Van Romphey’ te bespeuren. De gangbare familienaam is ‘van Rompaeij’ – al creëert iedere parochiepastoor vroeg of laat wel zijn eigen variant. Maar ‘van Romphey’? Nee, zo gek bedacht geen een het.

Of misschien toch, die ene keer in 1773? Want dan noteert de pastoor van Duffel de doop van onze jacques augustin als ‘jacobus augustinus Van Rompheij’ in zijn parochieregister.

de ‘paeij’ uit 1773 lijkt overschreven tot ‘pheij’

Maar wie goed kijkt, merkt dat er geknoeid is: de letter na de p is duidelijk overschreven. Gecorrigeerd. Ik vermoed dat de dienstdoende pastoor in 1803 het oude parochieregister aan de nieuwe ‘burgerlijke’ schijfwijze geconformeerd heeft. Want wie blijft in het parochieregister de peter van het kind? Jacobus van rompuij – niet ‘phey’. En dié ‘uij’ was niét abnormaal: ze duikt al eerder op bij Sebastianus, oudere broer van Jacobus Augustinus.

Sebastianus Van Rompuij (°1771, Duffel) is de oudere broer van Jacobus Augustinus Van Rompheij (°1773, Duffel)

Doofpotoperatie

Wie ook de oorzaak is van de naamsverandering, de ‘phey’-uitschuiver lijkt meteen vergeten. Want alle kinderen van Jacques en Jeanne gaan wettelijk door het leven als Van Rompaeij – met één of twee puntjes op de y.

Geboorteakte van Jean Baptiste Van Rompaeij, zoon van … Jacques van Romphey

Tegen de tijd dat Maria Theresia, de zus van Jacques, in 1882 overlijdt, is de gestipte ij overigens definitief vervangen door een y. ‘Van Rompaey’ is voortaan de officiële schrijfwijze.

Opmerkelijk is dat Jacques halsstarrig vasthoudt aan de naam van vóór de burgerlijke stand: met een ‘u’ in plaats van de ‘p’. Hij tekent de geboorteaktes van zijn kinderen drie keer als ‘van Rompüey’ (1804, 1806, 1812) en twee keer als ‘van Rompüy’ (1806, 1808).

de handtekening van Jacques Van Rompüey
bij de geboorte van zijn zoon Jean Baptiste van Rompaeij

Halve eeuw later: daar is phey weer!

Toch ontsnapt de ‘phey’-geest weer uit de fles wanneer Jean Baptiste, zoon van Jacques, in 1850 in het naburige Berlaar trouwt met Joanna Van den Bulck.

Een van de verplichte bijlages bij de huwelijksakte is het eensluidende uittreksel van zijn geboorteakte. Tadaa! Onze Joannes Baptista heet er plots weer ‘Van Romphey’, net zoals zijn vader Jacques een halve eeuw eerder bij zíjn trouw.

Is het niet ironisch dat net dit geboorteuittreksel wordt afgeleverd wordt door zijn … vader, ambtenaar van de burgerlijke stand van het piepkleine Gestel? En dat net hij tekent met … ‘j v Rompuey’?

Jean Baptiste Van Rompaeij uit de originele geboorteakte
verandert in Joannes Baptista Van Romphey in het afschrift.

De ‘Van Romphey’ uit het afschrift wordt vastgenageld in de tekst van de huwelijksaankondiging, én dus ook van de eigenlijke trouwakte. Daarin krijgen zowel Joannes Baptista, zijn broer en getuige Josephus Andreas als zijn vader Jacobus de naam ‘Van Romphey’ toebedeeld.

Alleen de bruidegom zwicht

Toch zwicht alleen de bruidegom voor de ambtelijke druk: hij tekent met ‘J B: Van Rompheij’. De twee anderen vertikken dat en blijven halsstarrig bij hun vertrouwde ‘van Rompuey’.

Het is gebeurd! Jean Baptiste tekent zijn huwelijksakte met ‘J B: Van Rompheij’,
terwijl zijn vader en zijn broer zweren bij ‘Van Rompuey’.

Die capitulatie van Jean Baptiste op zijn trouw bezegelt het naams-lot van iedere Van Rompaey die van hem afstamt. Zij heten allen ‘Van Romphey’.

Want net geen negen maand later wordt de eerste zoon van Jean Baptiste en Jeanne Vermeulen in het geboorteregister ingeschreven als ‘Jacobus Augustinus Van Romphey’. Twee jaar later gevolgd door ‘Franciscus Constantinus Van Romphey’.

Met hen start de (bescheiden) opmars van de Van Romphey’s.

De teerling is geworpen. In de tienjarige tafels van de geboortes in Gestel vind je alleen nog twee Van Romphey’s: de zonen van Jean Baptiste en Jeanne Vermeulen.

Wie laatst lacht, lacht best

Toch is de ambtenarij niet te overklassen: zij lacht laatst. Hoe? Door in de tienjarige tafels op de huwelijksaktes zowaar de door hen nieuw gevormde naam alweer te verbasteren. Jacobus Augustinus trouwt er plots als … Van Romhey.

Gelukkig hebben alleen de eigenlijke aktes wettelijke kracht. En daarin staat wél Van Romphey. En zijn trouwens alle comparanten overstag gegaan voor de ‘phey’: bruidegom Jacobus Augustinus, zijn vader Jean Baptiste en zijn oom, ‘rentenier’ Josephus. Al kiest die laatste nog voor de gestipte ij. 🙂

Van Romphey zal het voortaan wezen

Elk huisje heeft zijn kruisje

Handtekeningen kwamen er in 1820 niet aan te pas, toen Petrus Vanrompaye met Theresia Vanrompaye in Keerbergen trouwde.
Bruid, bruidegom en hun drie ouders (haar moeder was al overleden): voor allen volstaat een kruisje. De ambtenaar noteert, in het Frans zoals dan toen nog ging in België: ‘Voici X la marque de [naam] ne sachant écrire’.

Van Rompay of Van Rompuy?

Is het Van Rompay of Van Rompuy? Ach, dat maakt eigenlijk niet uit: het kan ook nog een van de dertig varianten zijn … Want de pastoors schreven in hun parochieregisters de familienaam op het gehoor. Verhuisde een familie naar een ander dorp? Dan was het niet ongewoon dat ze voortaan met een ‘andere’ familienaam door het leven gingen – net als hun nakomelingen.

Nadat de Fransen hier bij het einde van de negentiende eeuw binnenvielen was het gedaan met de willekeur. In hun Burgerlijke Stand bepaalde de schrijfwijze in de geboorteakte alles voor nu en voor later – ook in een ander dorp. Kleine of grote beginletter, aan of van elkaar, schrijffouten: je zat er voor het leven mee opgezadeld. Toch zette de gemeentesecretaris tijdens controles van de boeken meer dan eens een naam recht.

Dat gebeurde in 1833 te Keerbergen in de geboorteakte van Angelina Van Rompaye. Daarin wordt de familienaam van haar vader veranderd in ‘Van Rompuye’. En dus de hare ook.

De a-u-switch vind je maar maar in enkele dorpjes in de Zuiderkempen. Negen van de tien Van Rompa(e)y(e)’s bleven klinken hoe ze altijd geklonken hadden: ai ai ai!

In 1838 wordt het de secretaris pas echt zwart voor de ogen. Dan komt Livinus Van Rompaye de geboorte aangeven van Antonia, dochter van hem en zijn ‘huysvrouw’ Theresia Van Rompaye.

Maar moet later in de kantlijn ‘Livinus Van Rompaye’ in ‘Vanrompaye’ veranderd worden, en ‘Theresia Van Rompaye’ in ‘Vanrompuye’. Gelukkig zijn de getuigen geen familieleden of de chaos was compleet …

Twee Van Rompaye met elkaar getrouwd op het moment van de geboorteaangifte
De vader wordt later Vanrompaye, de moeder Vanrompuye …
(Klik voor vergroting)

Haha: je krijgt pas echt medelijden met de man als enkele maanden later een ánder Van Romp???-koppel een kind krijgt. De naam van de moeder, Maria Van Rompay, wordt alsnog veranderd in Vanrompay. Maar de vader is afkomstig van Onze-Lieve-Vrouw-Waver, waar zijn geboorte genoteerd werd als Petrus Van Rompaey – en daaraan raakt men in Keerbergen wijselijk niet.

In 1842 is de man ocharme helemaal het noorden kwijt, en heeft hij liefst vier pogingen nodig:

Van Rompaey in het dulhuis

In Putte is in 1828 de meevaller voor de ‘Commissie van Weldadigheid’ van korte duur. In de begroting van 1829 noteert zij: “Het armbestier had gemeent dat door het overlijden van Anna Maria Van Rompaey in het dulhuys te Antwerpen, de onkosten der bestedelingen te kunnen verminderen met 100 gulden. Maar ongelukkiglijk genoeg sterft in dezelfde tyd een zekere Petrus Neeus, weduwnaar, gedompeld in de grootset armoede, naelaetende vier kinderen, waarvan drie met kwaede koppen en waervan de oudste slechts 12 jaer.”

De ene zijn dood is de andere zijn brood, stelt de volkswijsheid. Maar net dat is een streep door de rekening van dit negentiende-eeuwse OCMW in de Zuiderkempen. Want dat is nu net af van de dure uitbesteding van een Putse inwoonster in het Antwerpse ‘zothuis’. En net dan durft een andere arme Putse inwoner het aan om het loodje te leggen én vier slecht opgevoede wezen na te laten. Daar gaat de ‘winst’!

Het zit het Putse ‘Bureel van Weldadigheid’ in 1929 trouwens niet mee, want die winter beklaagt het zich:
“Overwegende dat verscheidene credieten en voornaemelyk de bedeelingen in brood en kleederen ontoereikend waeren ingevolge langdurige regens, de aardappelen, welke het voornaemste voedsel der behoeftigen zyn, geheel mislukt zyn, en dat zelfs nog een groot gedeelte in de putten gedurende de winter is rot geworden of bevrooren. Verder zyn door de regens en de vroegtydige winter al de werken van den akkerbouw opgeschorst geweest en alzoo een groot getal personen zonder werk gevallen en verpligt geweest zich te wenden tot het armbestier. Ook het getal der bestedelingen is toegenomen en de som van kleedingsstukken is dan ook onvoldoende. Reeds van in de herfst was te voorzien dat de som voor bedeeling in brood ongenoegzaem was om de monden der behoeftigen open te houden en dezelfde van hongersnood te behoeden.”

Bron: Frans Torfs, Van Putse Mensen en Dingen – deel 1, p.42 – 1970, Heemkring Het Molenijzer, Putte Mechelen.

Meester Fik

Meester Fik Van Rompuy
Fik Van Rompuy

In 2010 liep ik, tijdens een optreden als Schrijfdokter voor verzekeringsmakelaars, Hugo Andries tegen het lijf. Geboren in Duffel, maar uitbesteed aan een Begijnendijkse familie in de Peuterstraat, werd hij een rasechte Begijnendijkenaar.

De Kroemme

Nadat hij in 1944 in de gemeentelijke jongensschool onder handen was genomen door mijn grootmoeder, Tine Janssens, kwam hij in 1948 terecht in de klas van mijn grootvader, Fik Van Rompuy. Zijn geuzennaam? De Kroemme, omdat hij zo’n kromme O-benen had dat je er een bal kon doorheen schoppen.

Hommage

Meester Fik was een volks figuur, wijd en zijd gekend én geliefd – zeker door de jongens die hij in zijn klas boetseerde. Iedereen heeft wel een leraar of lerares aan wie hij liefdevol én trots terugdenkt. Een opvoeder die het verschil maakte. En die iemand was voor Hugo Andries de Kroemme. Mijn grootvake, die ik zelf nooit kende. Gelukkig eert Hugo hem in diverse tedere stukjes die ik hier maar al te graag met u deel.

Hommage aan Meester Fik