Slechtste 007 ooit

tellen de Van Rompaeys uit Antwerpen een James Bond in hun rangen? Het lijkt weinig waarschijnlijk, maar het stáát er wel.

Deurne, 1931: Louis Van Rompaey trouwt met Jeanette Murrath. De huwelijksakte vermeldt netjes de beroepen van de echtelieden, de ouders en de getuigen. Zo is de bruidegom haarkapper en de schoonbroer en getuige van Louis trambediende.

Het beroep dat de akte voor vader Jef vermeldt, is verrassend. Want waar hij eerder dokwerker (1980), waker (1898) en bediende (1920) is, staat er in 1931 plots … ‘geheimagent’.

Ik vermoed dat dat niet in de 007-betekenis van het woord is, anders zou het wel de slechtst bewaarde dekmantel ooit zijn. Maar wat bedoelt men er dan wel mee: een winkeldetective misschien?

 

Head & Shoulders®️ in 1852

Head & Shoulders®️ in 1852

Angelina Pelgrims krijgt in 1852 blijkbaar last van hardnekkig haarroos – ‘pellekens’ – waarmee ze heel haar leven blijft sukkelen.

Angelina Pelgrims

In 1815 wordt Angelina Pelgrims in Keerbergen geboren, aan de kant van Tremelo.

Vader Ferdinand Pelgrims laat op 3 oktober 1815 zijn dochter Angéline Pelgrims in Keerbergen inschrijven.

Angelina Pellegrims

In 1843 trouwt ze met de drie jaar oudere François Van Rompaey uit Putte. Hij is zelf het ‘product’ van een Van Rompaeij en een Van Rompaij. De trouw vindt plaats in de gemeente Tremelo, die zich pas zes jaar eerder losscheurde van Werchter.

Van het koppel vond ik de huwelijksakte bij de Burgerlijke Stand, en hun kerkelijke trouw in de parochieregisters. (Die laatste gebruikte de ambtenaar trouwens om zijn register opnieuw samen te stellen.)

De huwelijksakte werd opnieuw bijeengeharkt uit het parochieregister:
De pastoor registreert het kerkelijke huwelijk in het Latijn in zijn parochieregister:
getuigen zijn vader Ferdinand Pellegrims en Ludovicus Pellegrims.

Bemerk dat de pastoor ‘Pellegrims’ neerschrijft, wat de ambtenaar keurig overneemt.

Angelina Pellekens

François is herbergier-winkelier in Tremelo, terwijl Angeline hem drie kinderen schenkt : Catherine, Baptiste en Corneel. Bij die laatste gaat het mis – niet met de baby, wel met de naam van zijn moeder.

Want haar twee eerste kinderen baart ze nog als ‘Angelina Pelgrims’, maar Corneel als ‘Pellekens’ … Kreeg ze tijdens die zwangerschap plots last van … overvloedig haarroos? Is het een verbastering van ‘Pellegrims’? Of was haar roepnaam ‘Pellekes’? Daar hebben we het raden naar.

Dit is haar naam in de drie geboorteaktes, uit 1845, 1849 en 1852:

Eerste kind in 1845
Tweede kind in 1849
Derde kind in 1852

Carolina Pellekens

Bemerkt u in de derde geboorteakte ook haar voornaamswitch van ‘Angelina’ naar ‘Carolina’?
Die verandering vindt ook zijn weg naar het Tremelose bevolkingsregister van 1857-1867:

Blijkbaar worstelt de jonge gemeente nog met de administratieve plichtplegingen. In die mate zelfs dat ik aan het twijfelen sloeg of het toch niet om een ánder koppel Van Rompaey-Pellekens ging. Want hun geboortedata kloppen voor geen meter. Waar de ambtenaar ze vandaan haalde: wie weet het? Want noch in de burgerlijke stand van Putte, noch in die van Keerbergen (of het parochieregister van Tremelo) vind je deze geboortedatums.

Angelina Pellekens

Angelina’s voornaam wordt gelukkig in ere hersteld. Want zowel in de overlijdensakte van haar man (in 1887) als in die van haarzelf heet ze weer ‘Angelina’. Maar wel nog altijd … Pellekens. De aangever van de overlijdens van zijn ouders is trouwens zoon Corneel, bij wie het allemaal fout liep … 😉

In 1887 geeft zoon Corneel het overlijden van zijn vader Joannes Franciscus aan, ‘echtgenoot van Angelina Pellekens’.
Angelina Pelgrims overlijdt op 22 november 1889 als ‘Angelina Pellekens’.

Angelina Pelgrims

Wat cynisch is?

Dat zoon Corneel enkele maanden voor de dood van zijn moeder zélf trouwt met een ‘Pelgrims’ (Maria Constancia). En dat hij bij die gelegenheid het afschrift van de overlijdensakte van zijn vader moet voorleggen. En met wie blijkt die dan opnieuw getrouwd geweest te zijn? Met Angelina … Pelgrims!

In het gelijkvormige (!?) afschrift van de overlijdensakte van vader Franciscus heet diens echtgenote plots toch weer ‘Pelgrims’.

Zo is de cirkel weer rond!

Brusselse jonker in 1626

Brusselse jonker in 1626

Barbara Van Rompaije haalt in februari 1626 opgelucht adem. Want dan legitimeert de Raad van Brabant de onwettige zoon die zij heeft met jonker Jacques Sanglier, heer van Opdorp. Daarmee is de toekomst van de baby veilig gesteld.

De transcriptie van de Legittimatie waaruit dit blijkt, valt trouwens zomaar in mijn mailbox. Afzender: Paul Peeters uit Werchter, een gepassioneerd genealoog. De Van Rompaeys danken je, Paul!

Jonkheer Jacques Sanglier

Wie Barbara Van Rompaije is, weet ik helaas nog niet, want ze laat geen sporen van haar afkomst na – noch in de akte, noch in de parochieregisters.

Jacques Sanglier is wel gekend: hij is de Heer van Weez en Sart. En die van Opdorp, een erfenis van zijn grootvader, ridder Theodorick de Liefvelt. Opdorp verkoopt hij trouwens rond 1630 na een rechtszaak, in de nasleep van Theodoricks collaboratie met de Nederlanden tegen de Spaanse bezetter.

Maar goed, in 1626 is Jacques Heer van Opdorp en richt hij een verzoek tot de Raad van Brabant. Dat is het hoogste rechtscollege van het hertogdom Brabant, dat ook de zaken afhandelt waarin edelen betrokken zijn. In het geval van Jacques: willen jullie mijn bastaardzoon legitimeren?

Baby Jacques Sanglier

Naar de aard van de relatie tussen jonker Jacques Sanglier en Barbara Van Rompaije tasten we in het duister. Maar feit is dat in de parochieregisters van Sint-Michiel en Sint-Goedele hun namen twee keer als ouders opduiken: in 1623 en 1625. Dan doopt de pastoor een baby, die telkens Jacques’ voornaam meekrijgt: Jacobus Sanglier.

Doopregister Sint-Michiel & Sint-Goedele, 16 augustus 1623: doop van Jacobus, onwettige zoon van Jacobus Sanglier en Barbara Van Rompaij.
Illegit(im)(us) – Jacobus filius Jacobi Sanglier, Barbarae Van Rompaij, suscep(tores)
Thomas van Meyensteen, d(omicil)la Anna Swerts.
Doopregister Sint-Michiel & Sint-Goedele, 14 januari 1625: doop van Jacobus, onwettige zoon van Jacobus Sanglier en Barbara Van Rompay.
Illegit(im)(us) – Jacobus filius Jacobi Sanglier, Barbarae Van Rompay, susep(tores)
d(omicel)lus Joannes Huiowel Huioel, d(omicel)la Anna Swerts.

Oytmoedige supplicatie

De eerste baby overlijdt hoogstwaarschijnlijk jong, maar met de tweede zit vader Jacques in zijn maag, want hij vraagt om die ook wettelijk te legitimeren.

De legitimatieakte die dit bevestigt, begint rechttoe-rechtaan – na de majesteitelijke aanspreking:

Akte van 11 februari 1626 uit de registers van de Rekenkamer met legitimaties, remissies en kwijtscheldingen door de Raad van Brabant. (Register 656, folio 24v – 25v).
Aanhef van de legitimatie-akte van de onwettige zoon van Jacques Sanglier en Barbara Van Rompaije.
"Wij hebben ontfangen die oytmoedige supplicatie van joncker Jacques Sanglier, heere van Opdorp, etc(eter)a, inhoudende dat hij noch tegenwoordich jongman wesende ende ongebonden, heeft eenen sone verweckt aen jouffrouwe Barbara Van Rompaije, oijyck jonge dochter, ende oversulcx bijde vrij persoonen ende buyten houwelijck [...]"

Bij de reden van zijn vraag wordt het al wat moeilijker:

"welcken zone den suppliant in teecken van affectie heeft gegeven zijnen voors(chreven) naem Jaecques ende dijen alsoo geerne soude voeden ende opbrengen in deuchden onder onse gehoorsaemheyt om hem t' sijnder tijt te mogen beneficieren soo vele ende verre die voors(chreve) vaederlijcke affectie haer strecken sal, doch alsoo het gebreck sijnder voorverhaelde geboorte hem soude mogen obsteren in eenigen staet, daertoe den suppliant hem soude mogen begeven, des hem noch ter tijt onbekent is, als wesen(de) den voornoempden zone luttel meer als een jaer oudt, [...]"

Lees: de baby van iets meer dan een jaar oud draagt al zijn naam, maar kan niet erven omdat hij een onwettig kind is. Bovendien:

"daerbij gevuecht dat den selven commende tot ouderdom van verstande ende discretie ende wetende het voors(chreven) gebreck hem daer door soude mogen soo descouraigeren, dat hij suppliant ale moyte ende cost van leeringe ende nutte oeffeninge te vergeeffs soude doen om hem tot eenigen eerlijcken staet te brengen [...]"

Kortom: Jacques’ moeite om hem als zijn zoon op te voeden, zou tevergeefs zijn, als die vroeg of laat ontdekt dat hij een bastaard is.

De rest van de akte bestaat uit een pak gezwollen ambtenarees dat de vraag van jonker Jacques inwilligt en hem de kost hiervoor aanrekent.

Meter wordt echtgenote …

Anne Swerts, de meter die bij beide onwettige kinderen in het doopregister opduikt, maakt de zaak vreemder dan ze op het eerste gezicht lijkt.

Want op 2 augustus 1627 trouwt Jacques Sanglier met haar – ook al zijn ze tweedegraadsverwanten:

Parochieregister Onze-Lieve-Vrouw van de Kapel in Brussel: op 2 augustus 1627 trouwt Jacobus Sanglier met Anna Swerts.

Anne is bovendien niemand minder dan de gouvernante van Jacques! Dat blijkt uit de inventaris van de officialiteit van het aartsbisdom Mechelen. Het is de kerkelijke rechtbank waarmee de bisschop inbreuken tegen de katholieke leer in zijn bisdom kan laten onderzoeken en bestraffen. En Jacques en zijn gouvernante bleken zowaar vlees gegeten te hebben in de vastenperiode:

Jacques en Anne kregen geen kinderen, zo meldt Jan Caluwaerts me. Hij duikt hiervoor in de manuscripten van Jean-Baptiste IV Houwaert, een zeventiende-eeuwse Brusselse schepen (1626-1688). Die stelde een immens werk op met historische en genealogische informatie uit de Brusselse archieven: het Fonds Houwaert.

Fonds Houwaert, KBR, hs II 6598 p. 308: Jacques Sanglier en zijn twee echtgenotes duiken op in de genealogie van de familie de Liefvelt.

In de genealogie van de familie Liefvelt noteert Houwaert aan de linkerkant dat Adriana de Liefvelt getrouwd is met Jaques Israel Sanglier, en tekent hij diens wapenschild: drie everzwijnen.

Aan de rechterkant staat hun zoon, ‘onze’ Jacques Sanglier, geboren in Keulen:

Hertrouwd én gepluimd

In 1645 vind ik in de Brusselse parochieregisters van Sint-Gorik (Saint-Géry) inderdaad die tweede trouw:

Parochieregisters Sint-Gorik (Saint-Géry) in Brussel: op 21 februari 1645 trouwt Jacobus Sanglier met Margarita Van Geendertaelen.

Marguerite laat er geen gras over groeien om Jacques’ fortuin veilig te stellen aan háár kant van de familie. Want een maand na hun trouw schenkt Jacques zijn deel van de vijvers in Sint-Amands, die hij erfde van zijn grootvader Thierry de Liefvelt, al aan de kinderen van Marguerites zus (die getrouwd is met kapitein Alexander Hoefnagel):

Bron: Publications de la Section historique de l’Institut royal Grand-ducal de Luxembourg (Volume 55, 1868)

En een jaar later stelt ze de rest van het bezit veilig in hun gezamenlijke testament:

Bron: Publications de la Section historique de l’Institut royal Grand-ducal de Luxembourg (Volume 55, 1868)

Een zekere Catherine Van den Bossche gaat hiermee niet akkoord, zo blijkt uit een proces van 1657 voor het Leenhof van Brabant. Daarin eist ze de helft van de heerlijkheid Weez op van Jacques’ tweede echtgenote Van Ghindertalen:

"Geubels, pour sa femme Catherine Van den Bossche, suppliant c. Marguerite Van Ghindertaelen, veuve de Jacques Sanglier, rescribente. Revendication par le suppliant de la moitié de la seigneurie de Wees, près de Genappe, à titre d’héritier d’Anne Sweerts, première femme de Jacques Sanglier. Décidé le 17 octobre 1657."

Ze wordt uiteindelijk in het gelijk gesteld, zo blijkt uit een oude beschrijving van de Heerlijkheid Wez. Want in 1661 schenkt Marguerite de helft van Wez aan Alexander Hoefnagel, en de andere helft aan Catharine Van den Bosch. Zij blijkt trouwens de halfzus te zijn van … Anne Swerts, Jacquese eerste vrouw.

Het blijft toch merkwaardig hoe vanuit ons perspectief tijdens het ancien régime dorpen verhandeld worden als koopwaar!

De Zeven Geslachten van Brussel

In zijn trouwjaar treedt Jacques ook toe tot de prestigieuze Zeven Geslachten van Brussel. Dat las u hierboven in het manuscript van Houwaert trouwens ook al:

Bron: Publications de la Section historique de l’Institut royal Grand-ducal de Luxembourg (Volume 55, 1868)

Het basisprincipe van de Zeven Geslachten is eenvoudig: hoe zorg je ervoor dat macht en rijkdom telkens naar je terugvloeien? Door ze nooit uit handen te geven. Zo bepalen zeven patriciërsfamilies vijfhonderd jaar lang het reilen en zeilen van Brussel , een privilege dat hertog Jan II van Brabant in 1306 bekrachtigt.

De zeven clans kiezen uit hun eigen midden de ‘juiste’ mensen voor alle belangrijke mandaten van de wetgevende, rechterlijke, economische en uitvoerende macht:

  • burgemeester
  • schepenen (die besturen én recht spreken)
  • deken van de lakengilde (de belangrijkste gilde)
  • penningmeesters en schatbewaarders
  • kapitein van de burgerwacht
  • opperopzichter van de schuttersverenigingen

Het ’toelatingsexamen’ om tot deze oligarchie toe te treden? Niét werken.

Letterlijk: men mag geen ambacht uitoefenen en moet uitsluitend van rentes leven. En uiteraard aantonen (‘preuve van afkomst’) dat men afstamt van een van de zeven families – via vaders- of moederskant. Zo sluipen trouwens voortdurend nieuwe familienamen binnen. Al mogen alleen mannelijke katholieke Brusselse burgers toetreden tot de Zeven Geslachten. En voor hun onechte kinderen blijft de deur potdicht.

Jacques Sanglier verwerft aanzien

Hoewel het aanvankelijk alleen om welstellende families gaat, worden ook edellieden, ridders en dorpsheren niet geweerd – zolang ze maar poen hebben. En die heeft jonker Jacques Sanglier, net als de juiste afstamming. Want via zijn moeders kant (de Liefvelt) is hij de kleinzoon van Marie Herdinck. En zij is een telg uit het nageslacht van Engelbert Herdinck, Brussels schepen in 1492, 1497, 1502 en 1507 – en lid van de Coudenberghs, een van de Zeven Geslachten.

Geld doet de wereld draaien. En dat klopt, maar het moet wel door iemand gegenereerd worden: de ambachtslui. Logisch dat degenen die hén in hun macht hebben – de gilden, die zich verenigen in Naties – ook een deel van de koek willen. En die krijgen ze, na het nodige bloedvergieten, ook van de Zeven Geslachten. Al zijn die niet op hun achterhoofd gevallen bij de verdeling van de postjes tussen Geslachten en Naties:

  • burgemeester vs. tweede burgemeester
  • zeven schepenen vs. zes raadsleden
  • deken vs. tweede deken van het lakengilde

Kortom: komt puntje bij paaltje en moet er gestemd worden? Dan trekken de Geslachten het laken altijd weer naar zich toe. En daar worden hun leden, zoals Jacques Sanglier, lid van het geslacht Coudenbergh, alleen maar beter van.

Tot de Franse revolutionairen aan die machtspositie een einde maken. Wel, op papier toch.