Kind zonder leven

Gommair Van Rompaey uit Kessel en Maria Catharina Braeckmans uit Schilde geven in 1865 elkaar het ja-woord in Borsbeek. Ze wonen er in wijk 1, nummer 63. Maar daar lacht het geluk hen toe, wanneer je dit ‘bevallingslijstje’ bekijkt. Zes keer moet Gommair naar het gemeentehuis met een doodgeboren kind, en een zevende sterft al na een maand:

  • 1868: doodgeboren meisje
  • 1869: Maria Elisabeth (trouwt in 1912)
  • 1872: doodgeboren jongetje
  • 1873: doodgeboren jongetje
  • 1874: doodgeboren meisje
  • 1875: Petrus Franciscus (trouwt in 1904)
  • 1877: Cornelius Constantinus, overlijdt na een maand
  • 1878: doodgeboren jongetje
  • 1884: doodgeboren meisje
21 juni 1868, Borsbeek: Gommarus Van Rompaey, achtendertigjarige arbeider, ‘toont ons zonder leven een kind van het vrouwelijke geslacht’. Hij ondertekent de akte zelf niet, omdat hij analfabeet is.

Sloffenbreidster

Rare beroepen, verdwenen beroepen: je komt er wel wat tegen wanneer je al tienduizenden aktes doorsnuffelde. Maar dat in de huwelijksakte (Boom, 1911) van Camiel Van Rompaey is voor mij een primeur. Zijn kersverse echtgenote is sloffenbreidster van beroep. Wat overigens past bij haar familienaam: Holvoet. 😉

De ambtenaar noteert als beroep ‘sloffenbreidster’ voor bruid Ernestin Holvoet, die tekent
Huwelijksakte Boom, 1911/89:
Jan Camiel Van Rompaey, verver uit Brussel, trouwt op 2 september 1911 met Paulina Ernestina Holvoet, stoffenbreidster

Boomse pantoffelfabrieken

Ik denk nog even aan een vergissing (stoffenbreidster)?, maar kom ‘sloffenbreidster’ in die periode vaker tegen voor andere Boomse bruiden, zoals Maria Elisabeth De Maeyer (x1908), Catharina Julia Huysmans (x1910) en Irma Maria Claes (x1911).

Oké, googelen maar! Met ‘pantoffelfabriek Boom’ beland ik bij eeuwelinge Fieneke. Die werkte in het interbellum ’s zomers in de steenbakkerijen en ’s winters in de Boomse pantoffelfabriek Van Dooren.

De Zelfende Sloefenmaaksters

Het ‘Streekverhaal Rupelstreek’ door Bailleul geeft me de achtergrondinfo die ik zoek:
“In het centrum van Terhagen, op de plaats waar vroeger een pantoffelfabriek stond, werd in 2012 het standbeeld ‘De Zelfende Sloefenmaaksters’ onthuld. Dit bronzen beeld van kunstenares Francien Maas is een eerbetoon aan de vele vrouwen die werkten in de pantoffelfabrieken, de steenbakkerijen en de landbouw. Sloefen waren een primitief schoeisel uit repen stof dat vooral in de koude wintermaanden in klompen of laarzen gedragen werd. De pantoffelnijverheid in Terhagen kende vooral kort na de Eerste Wereldoorlog een grote bloei. Als er in de wintermaanden geen stenen gemaakt moesten worden, produceerden de vrouwen sloefen.”

De Zelfende Sloefenmaaksters: standbeeld in Terhagen (Rupelstreek) (Copyright GVA)

Sloefen maken was een bijverdienste om het hoofd boven water te houden. De repen stof kwamen oorspronkelijk van de lange oorlogsjassen die de Duitse soldaten hadden achtergelaten. In de Rupelstreek waren zowat tachtig pantoffelfabriekjes actief. En waarom ‘zelfende’ sloefenmaaksters? ‘Zelfen’ was vaktaal voor ‘ontrafelen’.

Wekt het overigens verbazing dat de (synthetische) nazaten van die klompsloffen nog altijd geproduceerd worden in … Nederland?

Kijk, zo kom je nog eens iets te weten. Bijvoorbeeld ook over de populaire opvolgers van de primitieve sloefen: de iconische pantoffels van het Nielse merk Eskimo. Die blies zaakvoerder van In ’t Pantoffeltje nieuw leven in.

En zo is nieuw en oud alweer verbonden door … sloffenbreidster Ernestine.

Reis rond de wereld in 1 dag

Genealogie is vaak wroeten, zweten en grommen tot je eindelijk dat definitief verloren gewaande familielid hebt opgespoord – op de meest onwaarschijnlijke plaats in duffe aktes.
Maar soms lacht het geluk je toe. En typ je op een blauwe maandag ‘Van Rompaey’ in de nieuwe beeldenzoeker van FamilySearch. Eerst een tegenvallertje: er blijkt (nog) maar een Van Rompaey-foto in de database te zitten. Maar daarop lacht een energieke, breedgekopte man me vanuit een grijs verleden joviaal toe. Het is Leslie Sydney Joseph Van Rompaey uit Australië.

Leslie Van Rompaey (Australië, 1891-1962)

In de voetsporen van vader Alfred

Ik ben meteen alert. Austrálië?! Daar een Van Rompaey?

Wat verder snuffelend ontdek ik zijn vader, Alfred Charles Van Rompaey. Hij is overleden in Frankrijk, maar ooit geëmigreerd naar Australië vanuit … Hemiksem. Omdat ik zijn geboortedatum (1857) erbovenop krijgt, vind ik hem in een wip in mijn database van 9000 Van Rompxxx’s als Alfredus Carolus Van Rompaey.

Alfred blijkt getrouwd te zijn met Anne Sabine Laure, een Française geboren op Réunion, een eilandje naast Madagascar.
Maar duikt in 1901 met zijn gezin en twee huishoudsters toch op in de volksstelling van Kent, een graafschap tussen Londen en Dover. Van zijn (nog in leven zijnde?) kinderen zijn de eerste vijf geboren in Australië, de volgende in Aix-les-Bains in Frankrijk, en de jongste in Kent zelf. What a mess.

Ik snuister nog wat verder tot plots … het internet uit zijn voegen bárst van de informatie.

Wolhandelaars

Leslie Van Rompaey, de man op de foto, laat her en der sporen na, die dankzij digitale archivering een eeuw later zonder moeite boven water komen. Hij is een wolhandelaar, net zoals zijn vader, die per schip de wereld rondreist om wol te kopen en te verkopen.

Zo vaart Leslie in juni 1928 met de SS Aquitania van Cherbourg (Frankrijk) naar de Verenigde Staten. Blijkbaar in het gezelschap van collega-wolhandelaar Richard Redlich, een 48-jarige Argentijn van Duitse afkomst, met een visum voor Amerika dat in Brussel werd afgeleverd. In 1937 gaat het bijvoorbeeld van Victoria, Vancouver Island in Canada naar Amerika – enzovoort.

Passagierslijst van de SS Aquitania: in juni 1928 vaart Leslie Van Rompaey als wolopkoper van Cherbourg naar de Verenigde Staten.

Leslies echtgenote heet Trude Abrecht.
Ook zij is een kind van immigranten: haar vader komt uit Stuttgart (Duitsland), haar moeder uit Gravesend in … Kent (VK). Prima, nu weet ik alvast wat Leslie en Trude daar te zoeken hadden!

Leslies zonen in de krant

Geneanet verwijst me naar de Australische krant The Argus uit Melbourne waarin Leslies naam meermaals voorkomt. Pft: zonder precieze indexering wordt dat zoeken in een hooiberg! Tot ik het – eigenlijk voor de hand liggende idee heb – om eerst in de pagina met familiale berichtjes te duiken.

En daar stáán ze, de beide zonen van Leslie en Gert: Alfred Robert (Bob) (1917-1993) en Gerald Leslie (1921-2005). En ken ik ook meteen de naam van hun echtgenotes en hun trouwdata: 1943 en 1945 – bijna een eeuw nadat hun grootvader Alfred in Hemiksem werd geboren.

Op 13 februari 1943 trouwt Leslies zoon Bob Van Rompaey in Melbourne (Australië) met Elizabeth Mary Coote
Op 30 januari 1945 trouwt Leslies zoon, onderluitenant-vrijwilliger Gerald Leslie Van Rompaey, in Melbourne (Australië) met Margaret Frances Alda Savill

Beelden uit de oorlog

Door onderluitenant Gerald Van Rompaey van het vrijwilligerkorps kom ik in de Australische legerarchieven terecht. En die zijn uiterst precies gedocumenteerd! Wat dacht u van deze foto’s van ene G A Van Rompaey op de Salomonseilanden in de Slag bij Hongorai River.

Solomon Islands, Bougainville-campagne: group portrait of the personnel of No. 6 Troop, B Squadron, 2/4th Armoured Regiment. Left to right, back row: WX16726 Trooper (Tpr) G A Van-Rompaey of Victoria Park, WA; NX147039 Tpr G M Yabsley of Coraki, NSW; NX70809 Lieutenant D R Roughton of Cremorne, NSW; VX125454 Tpr R J Wilkinson of Caramut, Vic; WX16875 Tpr W V Cody of Fremantle, WA. Front row: SX023257 Tpr F J Sherwell of Nhill, Vic; SX23574 Corporal (Cpl) E R Dungey of Noarlunga, SA; WX13459 Cpl J E R Marmion of Carnarvon, WA.
Bougainville, 22 mei 1945. Matilda-tanks van het B Squadron van het 2/4 Armoured Regiment.
Ze rijden ten zuiden van de Hongorai-rivier over de Buin-weg naar de C-Compagnie, 24ste infanteriebataljon op Egan’s Ridge. Die plaats is door de Japanners opgegeven na bombardementen door Corsairs van de Royal New Zealand Air Force. De tankbestuurder is stoottroeper G A Van Rompaey

Wie is soldaat George Armond Van Rompaey eigenlijk? Een blog van tankfanaten leert me dat ik die info vind op de WW2 Nominal Roll. Google brengt me linea recta naar de Department of Veteran’s Affairs. En enkele zoekseconden later verschijnen de drie Australische Van Rompaeys die in de Tweede Wereldoorlog dienden:

  • Leslies oudste zoon, Alfred Robert (Bob), sergeant, diende van augustus 1940 tot december 1945;
  • Bobs broer Gerard Leslie van september 1941 tot september 1942, en meteen daarna als vrijwilliger (onderluitenant) van oktober 1942 tot februari 1946.

Ook West-Australische Van Rompaeys

De derde Van Rompaey is de tankbestuurder Armond George, geboren op 21 oktober 1922 in Donnybrook, Western Australia, die op zijn achttiende dienstplichtige was tot in april 1946. Het enige wat ik verder uit deze database weet, is dat van hij de zoon van Oscar Van Rompaey is.

Terug naar Google dus, met Oscar Van Rompaey Australia? En … bingo!

Het gaat om schrijnwerker Oscar Adolphus Van Rompaey die pas in 1921 naar Australië immigreert. Hij is geboren op 2 december 1888 en getrouwd met Emma, 3 kinderen. Op 18 oktober 1943 wordt hij genaturaliseerd. (Hoe dit koppel aan de Van Romp-boom hangt, moet ik nog uitvissen.)

1943: naturalisatie van Oscar Adolphus Van Rompaey, die er zich in 1921 met zijn Emma in West-Australië vestigde

Blijkbaar is hun familienaam geen makkie voor Engelstaligen, want op de kiezerslijsten van 1949 wordt die van hen anders geschreven dan die van hun oudste, stemgerechtigde dochter:

1949, kiezerslijst: Oscar en Emma krijgen een andere familienaam toebedeeld dan hun dochter 🙂

Leslies dochter in de krant

Terug onze man-op-de-eerste-foto, Leslie, nu. Zijn twee zonen zijn terecht, nu hun zus Pamela Van Rompaey nog.

Haar huwelijksdatum vind ik (voorlopig) niet. Wel iets wat minstens zo sappig is. De high society roddelpagina van diezelfde Melbourne-krant (rubriek The Week from the Woman’s Angle) doet in februari 1946 uit de doeken hoe Pamela haar 21ste verjaardag viert! Het feestvarkentje praalt in een jurk van satijn en kant, meegebracht uit de UK door een tante, en studeert aan het tandheelkundige hospitaal:

1946: The Argus van Melbourne doet uit de doeken hoe Pamela Van Rompaey haar 21ste verjaardag viert

Bij de genodigden treffen we ook haar beide broers. De verwezenlijkingen van hun echtgenotes worden in de verf gezet: Margaret is bachelor in de wetenschappen en Elisabeth een bekende zangeres.
‘Uiteraard’ – het is tenslotte nog 1946 – zijn beiden nu, na de geboorte van hun eerste kind, druk als moeder in de weer.

Leslies vader Alfred in de krant

Ik besluit de Trove-database eens aan de tand te voelen over al die Australische Van Rompaeys, en word … bedólven onder de krantenartikels. Zoals het paginavullende verslag op 22 augustus 1902 in de Sydney Wool and Stock Journal (pdf). Onderwerp: het erediner voor Leslies vader, Alfred Van Rompaey uit Hemiksem (1853-1935).

Alfreds vennootschap heet Ostermeyer, Dewez, and Van Rompaey en hij is in 1902 maar even op bezoek in Sydney. Hij spant zich immers ‘aan de andere kant van de oceaan’ in voor de directe aankoop van wol, zonder tussenpersonen. (Dat verklaart dus de volkstelling van 1901 in Kent – zie hoger).

Alfred vertelt dat hij in 1880 in Sydney aankwam en het in 1895 verliet. De wolomzet vertienvoudigde in die periode. En dat resultaat is grotendeels aan hem te danken, zo blijkt uit de speech van de voorzitter. Die roemt hem als de grondlegger van de rechtstreekse wolverhandeling in Sydney. Degene die de chaos in de wolhandel structureerde toen hij als taaie ‘Continental buyer’ op de scène trad.

1902, Sydney (Australië): Alfred Van Rompaey (1853-1935) wordt in de bloemetjes gezet voor zijn verdiensten in de wolhandel van de stad (artikel als pdf)

Nu had Alfred Van Rompaey zijn sporen al verdiend, zo blijkt uit de Evening News van Sydney. Want in 1881 werkt hij al – maar 26 jaar oud – als ‘acting consul for Belgium’ voor de wolhandelaars Ostermeyer, Dewez, and Co. Hij had zich toen dus nog niet in het bedrijf ingekocht.

Terwijl hij wol inspecteert, valt er een baal op hem, die hem omverwerpt. Gevolg: een gebroken been en zijn aangezicht in de lappendeken. Wat een barslechte timing, nu hij net uit Europa is teruggekeerd voor het Australische wolseizoen!

1881: Alfred Van Rompaey uit Hemiksem breekt als waarnemend consul in Australia zijn been wanneer er een baal wol op hem dondert.

Later wordt Alfred volwaardig Belgisch consul in Sydney, zoals blijkt uit dit knipsel uit de katern ‘Government Gazette’ van 1886 in de Evening News van Sydney:

Over de jaren heen bulken de Australische kranten van de knipsels van schepen die in Australische havens aanmeren voor het agentschap.

In een artikel uit 1910 (pdf) mijmert Alfred Van Rompaey, die na 8 jaar afwezigheid nog eens terugkeert naar Australië:
“Wie koopt in Australië tijdens het wolseizoen huivert bij de vraag of het handelsklimaat in de productie- en consumptiewereld de betaalde prijs zal rechtvaardigen. Die druk is enorm. De zomer hier [in Australië] doorbrengen om dan naar Europa terug te keren om daar dan weer de zomer in constante spanning door te brengen? Alleen de allersterksten kunnen dat aan zonder te breken. Velen hebben er het bijltje te vroeg bij neergegooid […]”

Ook het Ostermeyer, Dewez, and Van Rompaeypartnerschap wordt in 1911 stopgezet.

1910: Ostermeyer, Dewez, and Van Rompaey als agentschap van talloze schepen die op Australië varen

Blijkbaar verhuist hij daarna naar Frankrijk, want dat land naturaliseert hem in 1927. Acht jaar later overlijdt hij.

1927: Franse naturalisatie van Alfred Van Rompaey (1853-1935)

Leslies zoon Robert opnieuw in de krant

En het internet blijft maar info over deze familie geven!

Want het volgende artikel dat ik aanklik, rakelt A.R. (Alfred Robert of ‘Bob’) Van Rompaey weer op, de oudste zoon van Leslie, samen met zijn echtgenote Elizabeth Coots.
Blijkbaar is in 1952 een Australisch koppel uit de upper class dat negen maanden ‘overzees’ gaat, genoeg om de krant te halen!

Alfred Robert (Bob) Van Rompaey en Elizabeth Coots keren eind 1952 Australië negen maanden de rug toe om zich in Europa te vervolmaken in hun bezigheden.

Bob gaat als architect de design- en bouwtechnieken van het oude continent bestuderen, terwijl sopraan Elizabeth hetzelfde doet voor opera- en leermethodes. Hun kinderen Christopher en Julian worden intussen bij Elizabeths ouders in North Balwyn geparkeerd. Bobs ouders – Leslie en Trude – houden een ‘bon voyage’-open huis in hun nieuwe woning in Balwyn. Die ontwierp Bob trouwens voor hen.

Wat een massa informatie in een klein artikeltje!

En het wordt nóg beter. In een 1966-nummer van het magazine The Australian’s Woman Weekly. Daarin gidsen architect Bob en Elizabeth ons zelfs door hun eigen woning!

Drie pagina’s met talloze foto’s van het huis dat architect Robert (‘Bob’) Van Rompaey in 1966 herbouwt voor zijn gezin en zijn … schoonmoeder.

Bob is architect en bespreekt de moeite die het hem kostte om een huis te verbouwen dat drie generaties accommodeert: hem en zijn vrouw, hun twee zonen Christopher en Julian, én zijn schoonmoeder. Niet alleen blijkt Mrs. Van Rompaey (Elizabeth, dus) alle stoffen in het huis eigenhandig genaaid te hebben, ze is ook een begaafd pianiste en musical director at the Methodist Ladies’ College.

Hoe gek is dit eigenlijk : een virtuele rondgang (pdf) in het huis van Australische Van Rompaeys in de jaren zestig!

De wereld is rond, de cirkel ook

Wie de tak van de Australische Van Rompaeys verder wil volgen, neemt beter zijn reisgids bij de hand.

Sommigen zwermen in Australië zelf uit, Alfreds oudste dochter Louise overlijdt in Cannes (Frankrijk) en dochter Anna Victoria in Zwitserland.

En Alfred Carlos gaat als Alfredo met zijn geliefde Sofia Moreno in Uruguay wonen. Zij is de dochter van een … Italiaan. Hun kinderen, bijvoorbeeld Juan Leslie, krijgen de dubbele Zuid-Amerikaanse familienaam – van vader én moeder: Van Rompaey Moreno.

1964: visum voor Brazilië van de Uruguayaan Juan Leslie Van Rompaey Moreno. Hij draagt, zoals in Zuid-Amerika gebruikelijk is, een dubbele familienaam: van vader én moeder

Elena Moreno Borda Bossana, een Argentijnse, somt op Geneanet Alfredo’s kinderen en kleinkinderen op – lucky me. En ik ben even blij dat ik nu de Zuid-Amerikaanse Van Rompaeys een wederdienst kan bewijzen door hen de weg te wijzen naar hun (aangetrouwde) Vlaamse voorouders.

De Argentijnse Elena Moreno Borda Bossana (+) wijst me op Geneanet de weg naar de Uruguayaanse nazaten van Alfred Carlos Van Rompaey – zoon van de breed lachende Leslie Sydney Joseph Van Rompaey, met wie dit hele verhaal begon!

En zo is de (wereld)cirkel rond!

Verspreiding van de Van Rompaey-naamsvariant (Forebears.io)

Wereld in de palm van je hand

Het verhaal van deze Van Rompaey-tak is nog lang niet uitgeschreven. En heel wat data moet ik nog dubbelchecken.
Toch wilde ik u niet onthouden wat een dag louter onlinespeurwerk aoplevert – als je het geluk hebt dat die familietak begoed én bereisd is.

Met genealogie houd je zo écht de wereld in de palm, ook in coronatijden.

Lijk in Mechelse stadsgracht

In de ochtend van 21 augustus 1840 dobbert er een lijk in de Mechelse omwallingsgracht. Peter De Wit, een Mechelse kruidenier, herkent er zijn halfbroer in. Het gaat om Jan Cornelis Vanrompaye, een ‘rondgaande koopman in specerijen’ uit Boortmeerbeek, 54 jaar en ongetrouwd. Hij is de zoon van wijlen Egidius en Anna Catharina Van Eijlen.

Zijn overlijdensakte (Boortmeerbeek, OA 1840/26) verhaalt wat halfbroer Peter en 77-jarige schoonbroer Jacobus Coen, bevestigen:

“Vandaag ten zeven uren smorgens heeft getrokken geweest uyt de gracht van de stad aen het bolwerk tusschen de poorten van Egmont en van Loven, ten gehuchte Hanswyck onder Mechelen, een dood lichaam hetwelk zij hebben erkend te wezen hetgeen van Jan Cornelis Van Rompuy, rondgaenden koopman in specerijen, geboren te Boortmeerbeek, oud vier en vijftig jaeren, ongetrouwden zoon van Egidius Van Rompuy en Anna Catharina Van Eylen, beyde overleden.”

(Kopie van de) Boortmeerbeekse overlijdensakte van Jan Cornelis Van Rompuy (21//08/1840). Zijn naam eindigt hier op ‘puy’, omdat deze akte een afschrift is van die van Mechelen, waar Van Rompuys uit een andere familietak leefden, en de ambtenaar gemakkelijkheidshalve die schrijfwijze overnam voor de dorpeling die er toevallig stierf.

De overlijdensakte van het dorp waar hij woont, Boortmeerbeek, is het afschrift van de originele akte voor Jean Corneille Van Rompuy, die in de plaats van overlijden werd opgemaakt: Mechelen. En daar gebeurde dat nog in het Frans:

Originele Mechelse overlijdensakte van Jean Corneille Van Rompuy (21//08/1840) – ‘bolwerk’ is hier ‘boulevard’

Of venter Jan Cornelis er chique zal uitgezien hebben, valt te betwijfelen. Maar dit is in elk geval een daguerrotypie-foto van een anonieme ‘colporteur‘ uit het jaar 1840:

Foto (daguerrotypie) van een anonieme ‘colporteur’ in 1840

Al is de kans groter dat bij eerder dit type was:

Tekening van een ‘porte-balle’ door Karl Girardet (1851)

Van gracht naar ondergrondse parking

Waar de onfortuinlijke venter Jan Cornelis dobberde? Daar waar nu de Henri Speecqvest zich rond de stad plooit. Die ontstond als ‘Boulevard d’Egmond’ toen vanaf het midden van de negentiende eeuw de metersbrede omwallingsgracht werd gedempt. Het logische vervolg van de eerdere afbraak van de knellende middeleeuwse omwallingen en stadspoorten.

Mechelen in 1800 (Regionalebeeldbank.be): de stadomwalling staat nog recht en de brede omwallingsgracht is nog niet gedempt.
Je herkent de Dijle die zich door de stad slingert, met de geometrische kruidtuin ernaast. De omwallingsgracht loopt verticaal en duikt onder de Leuvense Steenweg met de Leuvense Poort (ook: Hanswijkpoort). Een beetje verderop dobberde Jan Corneel in 1840.

Jan Corneel Vanrompaye is gevonden in het stuk tussen het huidige Raghenoplein en het Kardinaal Mercierplein. Dat laatste heette toen nog de Egmontpoort, net aangelegd om de stad met haar nieuwe station te verbinden – op de plaats waar in 1835 de allereerste trein op het Europese vasteland toekwam.

Mechelen in 1858: wat een verandering! De stadsomwalling is verdwenen, en de gedempte omwallingsgracht werd de brede Boulevard d’Egmond. De Leuvense Poort (Hanswijkpoort) is nu het cirkelvorige Raghenoplein. En onderaan op de kaart is het Egmontplein verrezen, met ervoor de twee ‘kommiezenhuizen’, die samen de Egmontpoort vormen.

De Egmontpoort werd gevormd door de twee ‘kommiezenhuizen’, waar je poortgeld betaalde om de stad in of uit te mogen. Uit de gracht die er onderdoor liep, werd het lijk van Jan Corneel Vanrompaye gevist.

De commiezenhuizen die de Egmontpoort vormden, waar je tol betaalde om de stad in te mogen.
Uit de gracht werd in 1840 op een zomermorgen het lijk van Jan Corneel Vanrompaye gevist.
(Regionalebeeldbank.be)

Zoekt men dus een meer tot de verbeelding sprekende naam dan het oersaaie Q-Park Bruul voor de ondergrondse parking die nu op de vindplaats van het lichaam ligt? Dan stem ik alvast voor Jan Corneel-parking!

Q-Park Bruul: voortaan beter gekend als de Jan Corneel-parking. 🙂

Van Rompu? Schuld van de onderpastoor!

Hoe meer je in het Waasland naar het Westen trekt, hoe vaker je op de naam ‘Van Rompu’ stuit. De mijne dus, maar zonder ‘y’. Dat prikkelt mijn nieuwsgierigheid: verloren zij die laatste letter en zijn ze dus relatief nauw verwant? Neen, ze weken al veel vroeger van de Van Rompaey-stam af: in 1717 in Zaffelare.

Anno 1706 – Moerbeke, Eksaarde en Lokeren begrenzen in het westen het Waasland. Nog iets westelijker liggen Wachtebeke, Zaffelare en Zeveneken.

Moerbeke, Eksaarde & Lokeren in het Waasland – en Wachtebeke, Zaffelare & Zeveneken ten westen daarvan: alleen daar vind je bij het begin van de achttiende eeuw Van Rompu‘s.

In de negentiende eeuw trekken ze ook noordelijker, Zeeland in: Koewacht, Zuiddorpe, Terneuzen, enzovoort. En ‘verdwaalt’ er een stam in Noord-Frankrijk.

Anno 2020 – Moerbeke, Eksaarde en Lokeren begrenzen in het westen het Waasland. Nog iets westelijker liggen Wachtebeke, Zaffelare en Zeveneken.

Van Rompu ontstaat in 1717 in Zaffelare

De Van Rompu-variant ontstaat op 31 januari 1717 in Zaffelare. Dan noteert onderpastoor, Laurentius Franciscus Van Damme, in het doopregister van de parochie:

“In het jaar 1717, op de 31ste dag van de maand januari, heeft ondergetekende gedoopt: petronella Elisabetha – dochter van Egidius van rompuë en clara minnebo, zijn echtgenote – die dezelfde dag rond 9 uur ’s morgens geboren is, met als doopheffers petrus van hecke en Elisabetha vilders. Laurentius Fran(ciscu)s van Damme, vicepastor van Saffelaere”

Zaffelare, 1717: De doopakte van Petronella Elisabetha van Rompüe)

Van de schrijfwijze van rompuë is de onderpastoor blijkbaar zelf nog niet zeker. De twee volgende kinderen van Gillis & Clara stuurt hij het christelijke leven in als Hubertus van rompüe (met trema op de u) en als Livinus Rompù (zonder de ‘van’). Bij die laatste geboorte was vader Gillis (Egidius) trouwens al een half jaar overleden.

Ook het overlijden van vader Gillis noteert dezelfde onderpastoor in het overlijdensregister als van Rompu (maar dan met één puntje op de u).

Zaffelare, april 1722: Egidius van Rompu overlijdt, een half jaar voor de geboorte van zijn laatste kind

Eigenzinnige onderpastoor

Gillis overlijdt dan wel als ‘van Rompu’, maar is in buurdorp Eksaarde wel degelijk geboren als ‘van Rompoeije’, én in 1711 in hetzelfde Zaffelare getrouwd als ‘van Rompoeïj’.

Eksaarde, 1685: Egidius wordt geboren als zoon van Hubertus Rompoeij en Barbara Verdurme

Trouwens: ook Gillis’ eerste twee kinderen worden nog gedoopt als Van Rompoeije en Van Rompoeij.
Want dát gebeurt niet door de onderpastoor, wel door pastoor Du Bois van Zaffelare. En die neemt getrouw de schrijfwijze vanuit Gillis’ geboortedorp Eksaarde over.

Wissel van de wacht

In de parochieregisters wisselen de aktes van pastoor en onderpastoor elkaar af – het ‘modernere’ strakkere geschrift is van onderpastoor Laurentius Frans Van Damme, het gekrulde van zijn overste.

In de Zaffelaarse parochieregisters wisselen het krullende handschrift van pastoor Du Bois en het moderner aanvoelende handschrift van onderpastoor Van Damme elkaar af. Die laatste is verantwoordelijk voor de van Rompu-schrijfwijze.

Het is dus die onderpastoor die in 1717 op eigen houtje voor de nieuwe schrijfwijze op ‘pu’ gaat.
En dat is niet zijn enige wapenfeit! In al zijn ‘Van Rompu‘-aktes heet mama Clara ook Minnebo in plaats van Minnebode …

Gentse u?

Waarom de Zaffelaarse onderpastoor in 1717 plots voor de ‘u’ kiest?
Mogelijk door een Oost-Vlaamse of Gentse klinkerverschuiving. Zoals in ‘brood’ dat ‘bruued’ of ‘bruud’ wordt. Maar die discussie is voer voor linguïsten.

Feit is dat vanaf 1717 de ‘pue’-uitgang in deze streek de gebruikelijke wordt. Later valt de eind-e nog weg.
Dat merk je goed in de schrijfwijze in de geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes van de vijf kinderen van Gillis en Clara.
Van hen overlijden er ook in de buurdorpen van Zaffelare, zoals Wachtebeke en Eksaarde, als ‘Van Rompu’. Daar strookte de nieuwe fonetische schrijfwijze dus blijkbaar ook met de werkelijke uitspraak.

  • Livina van Rompoeije (°1712) – x? – van Rompû (+1788)
  • Petrus van Rompoeij (°1714) – van Rompue (1751) – van Rompù (+1796)
  • Petronella Elisabetha van Rompuë (°1717) – van Rompue (x1743)
  • Hubertus van Rompüe (°1719) – van Rompue (+1761) – van Rompu (+1783)
  • Livinus Rompù (°1722) – van Rompue (x1748) – van Rompu (+1801)
Petrus van rompù (geboren als van rompoeij) uit Zaffelare, zoon van Egidius, overlijdt op zijn 83ste in Eksaarde. Hij wordt er op 10 juni 1796 begraven, na zijn overlijden op 8 juni rond 2 uur ’s middags.
Livinus Rompù overlijdt in Zaffelare op 9 Prairial van het Jaar 9 op de Franse republikeinse kalender als ‘Lievin Van rompu’. Aangever is zijn 27-jarige schoonzoon Jean-Baptiste Clauwaert.
De schrijfwijze ‘Van Rompu’ heeft het pleit definitief gewonnen!

Deze laatste akte is er een van de burgerlijke stand, niet van de parochieregisters: voortaan zou de schrijfwijze dus moeten vastliggen: Van Rompu.

De ‘Van Rompu’-schrijfwijze vindt gelijktijdig ingang bij alle nazaten van de drie zonen van Egidius van rompuë en clara minnebo: Hubertus, Petrus en Lieven. Zo wordt deze grensstreek van het Waasland die van de Van Rompu’s.

Bernardus Van Rompue (1756 Zaffelare – 1794 Wachtebeke), zoon van Lieven Rompù, tekent trefzeker met ‘van rompù’. Al is hij van de ‘s’ aan het eind van zijn voornaam minder zeker. Of wil hij rijmen? 🙂

Help! Van waar komt de Waasland-tak?

Eén vraag blijft onbeantwoord: waar komt deze Van Rompoeij/Van Rompu-tak oorspronkelijk vandaan?

Dit is de voorouderreeks van Lieven Rompù:

  • Lieven Rompù (1722 Zaffelare – 1801 Zaffelare) x Livina Van Aerde (1722 Zaffelare – 1778 Zaffelare)
  • Egidius Rompoeij (1685 Eksaarde, 1722 Zaffelare) x Clara Minnebode (1680 Zaffelare – 1760 Eksaarde)
  • Hubertus Rompoij (1657 Eksaarde – 1697 Eksaarde) x Barbara Verdurme (? – ?)
  • Joannes Van Rompoije (1626 Stekene – ?) x Maria Polfliet (1627 Eksaarde – 1676 Eksaarde)
  • Hubertus Van Rampoije x1626 Elisabeth Van Vaernewijcke (eerste huwelijk x1610 Elisabeth sGraven/De Grave +1625 Stekene)
Stekene, 1626: huijbrecht van rampoijen hertrouwt met elisabeth van (van) vaernewijck

Maar nu?
Van waar is het oudst gekende koppel afkomstig? Dat weet ik (nog) niet.

Het lijkt in elk geval alsof ze uit oostelijke richting, vanuit het Antwerpse, komen, waar alle andere Van Rompaeys hun thuishaven hebben. En dat zou de gezamenlijke afstamming van de huidige Van Rompaeys en de Van Rompu’s bevestigen.

Daarom: is er een lezer die ene Hubertus Van Rampoije in zijn bestand heeft?

  • Hij trouwde op 16/09/1610 in Stekene met Elisabeth sGraven/De Grave, die er overleed op 27/10/1625. Met haar heeft hij 1 (gekend) kind: °1611, Stekene: Jacob Van Rompoyen
  • Hij hertrouwde op 13/01/1626 in Stekene met Elisabeth Van Vaernewijcke, met wie hij 5 kinderen heeft (°1626 – 1638).
  • Hij was mogelijk in allereerste huwelijk getrouwd met Maeijken Vergauen, met twee kinderen in Stekene:
    • ° 28/07/1606, Stekene: Magdalena Van Rompoye (doopheffers Jacques De Grave & Elisabeth Borms)
    • ° 22/03/1609, Stekene: Maria Van Rompoyen (doopheffers Pieter De Blocq & Janneken Van Overloop)

Kunt u mij op weg helpen? Dan mag u me als de bliksem contacteren op wim@vanrompuy.com. Eeuwige dankbaarheid (of toch zo goed als) valt u te beurt!

PS Mijn dank gaat nú alvast uit naar Rob Visser, wiens grootmoeder van zijn echtgenote een ‘Van Rompu’ was, voor zijn aanvullende gegevens. En naar de onvolprezen Zorro-zoekmachine voor het Land van Waas!